De nachten

Om twee uur schiet ik wakker uit een diepe slaap in een lichte paniek. Iemand riep mijn naam. Hoe kan dat nu? De enige hier in huis die kan roepen slaapt de meest zorgeloze slaap die er is. Auw wat doet mijn rug pijn en mijn onderbuik. Aan het geschop op mijn ribben te voelen ben ik dan toch niet de enige in huis die wakker is. Mijn klein stuitliggertje. Knuffels aan mijn ribben en kopjes aan mijn middenrif. Oei, mijn maag, dat voelt toch niet zo goed. Misschien helpt het om even te gaan rechtzitten. Oh. Ik krijg hier geen lucht, hoe komt dat nu ineens, plots zo drukkend warm. Vlug naar beneden waggelen dan maar – van een contradictio in terminis gesproken –  in de hoop dat het zakt. Ondertussen ook maar eens iets doen aan die trampoline die ik vroeger mijn blaas noemde. Dat misselijk gevoel lijkt toch niet weg te gaan. Misschien helpt een licht koekje en een beetje water wel, niks zo’n grote vijand de laatste tijd dan een lege maag. Hmm dat was het precies ook niet. Och nee, mijn voeten beginnen nu terug op te zwellen. Warm en klopperig, net als die zware benen. Snel terug in bed kruipen om ze wat omhoog te kunnen leggen.

Eens terug boven ga ik op de bedrand zitten terwijl de tranen over mijn wangen rollen. Zie mij hier eens zitten. Klaarwakker met zevenentwintig kwaaltjes waarvan er geen enkel wereldschokkend is. Ik heb niks te klagen, ik weet dat ook, maar ‘s nachts is er geen greintje rationaliteit te bespeuren tussen al die razende hormonen.

Schatje probeer nu nog wat te slapen fluistert een stemmetje in het duister. De wereld zou er inderdaad zoveel mooier uitzien, maar het ziet ernaar uit dat dat even niet meer lukt.

Zou dat een gepast antwoord zijn wanneer er mij nog eens iemand vraagt of ik me kan verwarmen?

Heerlijkheid

Een heerlijkheid, dat is het. Dat plotse gevoel dat ik zeeën van tijd heb.

Een zee van tijd om terug elke avond vers te koken in plaats van elk weekend een halve dag te koken voor de rest van de week. Die weekends beloven er zoveel leuker op te worden. Het huishouden kan al deels in de week gedaan worden, er hoeft niet langer een vrije dag aan opgeofferd te worden. Ik kan ook terug bloggen, ja! Maar bovenal, er is opnieuw tijd voor zetel liggen. Oh wat had ik daar nood aan. Een avond zetel liggen onder een dekentje met een serie die traag op mijn netvlies danst.

Het laatste examen is achter de rug, mijn zus heeft een mooie nieuwe haarkleur gekregen. Ik hoef nu niet langer meer dan de helft van de week tot elf uur van huis te zijn. En dat dat die acrobaat zelfs de eerste avond al deugd deed, ik zal het geweten hebben. Nog nooit zoveel activiteit gevoeld. Sowieso is er daarbinnen geen minuut rust, maar nu begin ik me serieus vragen te stellen over de precieze locatie van mijn ingewanden. Er zijn daar renovatiewerken aan de gang denk ik.

Laat ik mijn tijd van nu af aan alleen nog maar vullen met heerlijkheden, dat lijkt me een uitmuntend plan.

Zekerheid

Er zijn nog zekerheden.

Zondagdipjes bijvoorbeeld. Zondagavond staat sinds mensenheugenis in mijn boek gelijk aan doemdenken. Tal van vragen draaien gek in mijn hoofd. Hoe kan dat dat die baby daar ooit uit geraakt? Hoe moet ik dat allemaal zien te regelen? Hoe groot kan die buik in godsnaam nog worden? Heel erg groot precies, aan het tempo te zien waaraan hij nu groeit. Gewicht is hier altijd al een heikel punt geweest. Normaal kan ik het best naast me neerleggen, alleen durf ik die strijd in tijden van dipjes al eens te verliezen. Stoppen met vergelijken helpt. Hoe sommigen erin slagen om elke dag flatterende “selfies” te maken met zwangere buiken, ik snap er niks van. Ik zal dat bepaalde gen toch missen want geen enkele foto vind ik mooi, hoewel ik zo graag mooie herinneringen zou hebben. Ooit. Als ik die buik mis.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben zo blij met die baby in mijn buik en ik heb geen problemen met zwanger te zijn. Met me niet meer probleemloos te kunnen bukken, met mijn schoenen niet meer te kunnen knopen, met heel erg te kunnen meeleven met een schildpad die overeind probeert te geraken, met hormonen die je in een irrationeel wezen doen veranderen sneller dan je met je ogen kan knipperen of zelfs met het feit dat ik me bijna moet neerzetten na het nemen van een trap. Van maandag tot zondagmiddag heb ik daar geen enkel probleem mee, fluitje van een cent. Maar op zondagavond, de avond der horror, de avond voor ik terug moet gaan werken, dan durft mijn emmertje al eens over te lopen.

Gelukkig is de grootste zekerheid van allemaal, nog groter dan de dip op zondagavond zelfs, mijn vangnet. Mijn ouders en mijn zus, de stemmen van rede. Die instemmen dat het pijn zal doen, maar er in een adem ook aan toevoegen dat het ook maar dat is. Het doet pijn. Niks dat je niet aankan. Dààr ben ik iets mee. Lieve eerlijkheid. Waarheid op een bedje van begrip gedrenkt in een sausje van liefde.

En dan is er nog de grootste zekerheid van allemaal, naast wie ik me straks veilig onder de kraakverse lakens mag nestelen. De man, die ik met trots mijn man noem, die er op tijd en stond voor zorgt dat ik niet dol draai. Dat ik niet opgevreten word door mijn nestdrang. Dat die babymagazines er niet voor zorgen dat mijn hoofd ontploft en er tuutjes en tetradoeken uitvliegen. De man die het meeste van zijn vrije tijd al doorbracht met menig verfborstel en tape in zijn handen. Allemaal voor mij. Ik kus mijn pollekes, zijn wangen en probeer de stemmetjes in mijn hoofd het zwijgen op te leggen. Ik ben een gelukzak, zoveel is zeker.

Alles wordt wel duidelijk, wanneer het moet.

Zeven

Al veel lief en leed deelden we samen. Een hele tijd meer leed dan lief, maar daar brachten we bewust verandering in. Bij jou kan ik mijn hart uitstorten, kan ik tot de nodige inzichten komen en door jou ontmoette ik al tal van (h)eerlijke zielen. Je was altijd een constante in de pieken en dalen die ik had. Een steun die velen niet begrijpen, maar ik zou niet meer zonder je kunnen.

Gelukkige zevende verjaardag blogje lief.

Laat ons klinken op nog vele gelukkige jaren samen!

Deze week

Gatenkaas. De beste omschrijving van mijn geheugen tegenwoordig.
Terwijl ik vroeger elke dag hopen foto’s nam, neem ik alles nu veel liever op met mijn ogen. Maar omdat ik er zeker van ben dat ik spijt zal hebben als ik niet alles goed bijhoud, besloot ik maar voor mezelf een soort dagboek bij te houden. Wat dus betekent dat mijn voornemen om heus wat frequenter te bloggen ook haalbaar lijkt. Twee dikke vliegen in één klap!

De voorbije week:

Knipte ik voor het eerst mijn liefde zijn haar, én met succes. Zo geweldig als hij is, ging hij met veel plezier mee als slachtoffer naar de les. Wat een verademing om eens een model te hebben waarbij je het gewoon bent om in zijn persoonlijke bubbel te treden. Vreemd genoeg vind ik dat het moeilijkste bij modellen, heel dicht bij hen zijn. Je persoonlijke ruimte is over het algemeen een kring van zo’n veertig à vijftig centimeter rondom jou. Dan moet het haast als een invasie voelen als ik over iemand moet hangen om de haren te wassen. Gelukkig heb ik alleen maar goede bedoelingen, we come in peace.

Botste ik nog maar eens op de muren van mijn eigen kunnen. Na een dag van hot naar her te rennen, lukt het niet meer om dat de volgende dag nog eens te doen. Op elke goede dag volgt een slechte dag, de onvermijdelijke weerbots. De wandeling die we dus op zondagmiddag gepland hadden, werd al snel ingekort naar even buiten rondlopen en dan de zetel binnen. Die harde buiken en steken kennen geen genade.

Komt er steeds meer en meer beweging in mijn buik. Ik doe nu niks liever dan dicht bij mijn liefde te gaan liggen met zijn handen op mijn buik, om dan samen die tuimelingen te voelen en te dromen over wat er ons allemaal te wachten staat. Een voorsmaakje van ons kleine gezinnetje. Mijn excuses voor de overdosis meligheid, ik kan er niks aan doen. Zo schoon.

Kreeg ik mijn buik vol – pun intended – van alle opmerkingen rond mijn gewicht. Natuurlijk blijf ik niet op hetzelfde gewicht en natuurlijk wordt mijn buik rond. Eens je over de helft zit en er iets in jou groeit dat al bijna groter is dan een meetlat kan je niet verwachten dat het niet te zien is. Ik zou er me op de duur nog slecht gaan over voelen. Nu ik me eindelijk neergelegd heb bij mijn boller bestaan, hoef ik er niet steeds op gewezen te worden. Het valt me al van bij het begin op dat iedereen er steeds wel iets over te zeggen heeft. Alsof het een ongeschreven regel is dat iedereen zijn zwangerschapsanekdotes moet delen. Hoe gruwelijker hoe liever en dan nog bij voorkeur van de tante van de vriendin van het lief van je broer. Het is waarschijnlijk allemaal bijzonder goed bedoeld, maar dan moet er dringend een manier gevonden worden om dat ook zo over te brengen, “amai gij zijt dik geworden” is het namelijk niet.

Kocht ik wat tweedehands babyspullen en kreeg er ineens een hele doos kleertjes bij van die mevrouw. Gewoon, voor niks. Heel mijn dag was op slag gemaakt. Niet zozeer door de spullen zelf, maar vooral door de intentie waarmee ze me die doos overhandigde.

Werd hier al eens gepraat over de combinatie baby en delen op internet/social media. Sowieso is dat een moeilijk gegeven want je hebt geen idee hoe alles evolueert, maar dat wordt het al zeker wanneer de ene partij heel afgeschermd is en de andere al jaren haar hart uitstort op het www. Stof tot nadenken en compromissen. Wat vooral langs mijn kant moeilijk zal zijn, want dat gaat zo kriebelen! Hoe doen jullie dat? Zitten jullie allebei op dezelfde lijn of zijn er ook compromissen aan te pas gekomen?

Smeerde ik voor het eerst een product waarvan een van de werkingen anti-rimpel is. Als de rimpeltjes langs mijn ogen nu al een voorbode zijn van wat me te wachten staat, lijkt me dat geen overbodige luxe. Het hoofddoel blijft wel hydrateren, zeker met hoe mijn huid er nu aan toe is – dank je lieve baby-  maar toch, mooi meegenomen. Ik vond ook éindelijk een product dat doet wat het belooft voor mijn haar. Ik kan daar hele dagen euforisch over zijn.

Aaah, de kleine dingen.

Mantel der liefde

Na twee dagen zwoegen in de tuin kwam er een dag vol weerslag. Eentje zonder een greintje energie en met veel te veel emoties. Toch iets dat ik precies nog niet helemaal aanvaard heb, dat ik niet langer de baas ben over de indeling van mijn eigen energie. Soms is een trap nemen al genoeg om tien minuten te moeten zitten. En zo maakten die twee dagen in de tuin een zielig vodje van mij.

Iets waar ik het trouwens absoluut niet mee akkoord ben zijn die opgezwollen voeten. Nu al! Wie heeft dat uitgevonden zeg? Dat wolkje in mijn buik turnt ondertussen lustig en zonder problemen verder. Nog het liefst wanneer ik zelf eindelijk kan rusten en dan bij voorkeur vanaf elf uur ‘s avonds. Zwangerschapsdementie begint ook al de kop op te steken. Nu ja, zolang ik elke avond de weg naar huis terug vind, zal het wel zo erg niet zijn zeker? Mijn kleren worden te klein, mijn billen te zwaar, mijn haar wordt dof, mijn huid grauw,…

Mijn mantel der liefde is nu wel al ruim groot genoeg om dat allemaal te bedekken en alleen maar warme gedachten over te houden. Zwem daar maar rustig verder kleine pruts, ik ga ondertussen wel op zoek naar comfortabele schoenen.

Lelijke speling van het lot

Mijn ene hand ligt op mijn buik en vangt de schopjes op van die kleine acrobaat in mijn buik. Nu al mijn favorietje.

Mijn andere hand omklemt een tekening. Eentje van een kleine meisje dat hier een paar straten verder woont. Sinds vorige week komt haar papa niet meer naar huis. En dat allemaal door een lelijke speling van het lot. Eén luttele seconde. Een rood licht meer of minder, een andere weg, een andere beweging… om het even wat had voor een totaal andere uitkomst gezorgd. Maar nu was de timing wel fataal. Een hele week voel ik me er al slecht door en ik verwacht dat het nog even zal nazinderen. Niet alleen omdat ik hun gezinnetje altijd al een warm hart toedroeg, maar ook omdat het zo dichtbij huis aankomt. Zelfs met de baby nog maar in mijn buik zijn al die gevoelens zoveel intenser. Wat een verdriet.

Zoveel liefde voor dat kleine meisje en haar lieve mama.

Kleine vlinder

Drie weken geleden voelde ik het voor het eerst, bijna letterlijk vlinders in mijn buik. Alsof de mooiste vlinder in de tuin opschrikte en wegvloog. Vanaf dat moment lijk je me wel elke dag te aaien vanuit je veilige cocon. De warmste kleine aanrakingen, je tovert er een glimlach mee op mijn gezicht.

Een weekje later draaide je al tuimelingen. De hele dag door, vaak naar de avond toe, jij nachtuil. Nooit voelde ik me nog alleen. Ik hoop dat je je daar in het donker zo goed voelt als je bewegingen laten uitschijnen. Je zag er alleszins bijzonder goed uit de laatste keer we je zagen. Armpjes achter je hoofd, beentjes trappelend in de lucht. Je had het er precies wel naar je zin.

Gisteren gaf je dan je papa voor het eerst een high five. Ik zeg het je, je had zijn gezicht moeten zien. Hij smolt bijna van trots. Voor de rest van de avond liet hij je niet meer los, iets wat jij duidelijk leuk vond.

Voor het eerst echt verbonden.

Oh die avonden

Best een dubbel gevoel kreeg ik toen ik tijdens deze lesvrije weken aan de avondlessen dacht. Het viel me plots op dat ik volgende week helemaal niet terug wil. Ik hou van de lessen, ik leef op door alle nieuwe dingen die ik er leer; maar ik weet niet of het me de opoffering nog waard is. Drie avonden in de week om half acht thuis vertrekken naar het werk, om dan pas om kwart voor elf die deur terug te kunnen openduwen. Geen tijd om rustig te eten zelfs. Dat weegt toch door. Niet alleen op mij en een beetje op mijn gezondheid en gemoed, maar ook op mijn huisgenoot en zelfs onze relatie heb ik gemerkt. De voorbije anderhalve week merkte ik hoeveel rust het brengt om gewoon naar huis te kunnen. Nog even in de winkel te kunnen stoppen, te koken, muziek door het huis te laten galmen terwijl mijn lief een Ikea-kast in elkaar steekt en na het eten dan de keuken te kunnen opruimen. Een opgeruimde keuken! Een unicum in tijden van avondschool zeg. Zo content dat ik daarvan word, ik kijk elke ochtend al uit naar het moment dat ik terug naar huis kan.

Alleen staat opgeven nergens onder de o in mijn woordenboek en zou het zo’n zonde zijn om er nu mee te stoppen. In juni is dat eerste diploma – als alles goed loopt – binnen, maar nu twijfel ik of ik me nog opnieuw wil inschrijven. Mijn rust en groeiend gezinnetje zijn me precies toch veel meer waard. En dat wringt natuulijk, want ik heb er wel aanleg voor – so I’ve been told -, vind het leuk tijdens de lessen en ik geniet er tussen alle stress door ontzettend van.

Stof genoeg tot nadenken dus. Stoppen, minderen, verderdoen, … Stof, waarvoor ik nu wél nog even de tijd heb om het op te ruimen, ha!

Op dit moment – maart

10299763_777793452312167_2080065024_nNog een laatste zucht en maart tweeduizend vijftien kan alweer geklasseerd worden. In mijn geheugen zal ze gegrift staan als de maand waarin ik iedereen dit goede nieuws kon laten weten. Nog eens bedankt aan iedereen die hier lieve woorden achterliet trouwens, dat raakt mijn gevoelig zieltje heel diep. Vele virtuele knuffels komen je kant uit. Dat blogwereldje kan soms toch zo warm zijn.

Doen – Zoals gewoonlijk iets te veel. Mezelf soms wat voorbijlopen is er een van. Ik probeer het rustiger aan te doen en de nodige rust in te lassen, maar dat zal pas echt lukken als ik dat diploma in handen heb in juni denk ik. Nog even volhouden.

Denken aan – In wat voor een geweldige stroomversnelling mijn leven zit. Daar denk ik de laatste tijd best vaak aan. En met geweldig bedoel ik fantastisch. Ik heb altijd al gedroomd om een jonge mama te zijn en zie nu eens. Het is me gelukt in die twee en een halve decennia dat ik hier op deze aardbol rondloop om de man van mijn dromen aan de haak te slaan, een huis te kopen waar we allebei graag wonen en tegen alle verwachtingen in zonder al te veel problemen aan een kindje te beginnen. Ik zou er haast van op mijn blote knieën vallen, onzelievenheer danken en mijn pollekes kussen, alleen weet ik niet of ik nog heel gracieus terug recht zou geraken.

Kijken – Troebel. Of het aan de vermoeidheid ligt, de constante hoofdpijn of mijn zicht dat achteruit gegaan is, ik weet het niet zeker. Wel weet ik dat ik er vaak uitzie alsof Klaas Vaak iets te gretig is langsgekomen.

Uitkijken naar – September, hoe kan het ook anders. Maar iets dichterbij toch wel de maand april in zijn geheel. Een maand met twee weken van vrije avonden – oh wat een zaligheid -, een maand waarin ik verjaar en getrakteerd word op een verrassing – hoera! hoera! hoera! – en een maand waarin ik mezelf zonder enige reden een week verlof schonk. Wie leeft voor twee verdient het om af en toe te rusten voor twee.

Lezen – Tot mijn scha en schande even niks meer, behalve het occasionele tijdschrift en de nodige cursussen. Die goodreads challenge dreigt op een sisser uit te draaien, maar we houden dapper vol.

Houden van – Hoe die man waarover hier al eerder sprake was zijn handen op mijn buik legt en hem soms zelfs beschermt. Het schoonste dat er is. De hormonen maken een heel erg melige appel van deze anders ijzeren kathedraal.