Vier

Geboortekaartjes besteld.
Enveloppen geschreven.
Doopsuiker gemaakt.
Kamer volledig in elkaar gezet.
Kleertjes gewassen en gesorteerd.
Valies in de auto.

Die tweede week vakantie bleek zeer productief om babyland volop te introduceren in ons huis. Je zou bijna kunnen zeggen dat we er helemaal klaar voor zijn. Materieel en praktisch gezien dan, mentaal denk ik dat er volledig klaar voor zijn niet aan de orde is. Maar ook dat geeft niet. De prenatale lessen hebben me veel rust gebracht. Informatie en begrip, zoals ik al eerder zei heb je niet meer nodig als je voor het eerst een kindje verwacht. Dat samen kunnen delen met de man die alles in het werk stelt om me het leven zo gemakkelijk mogelijk te maken was nog de spreekwoordelijke kers op de taart. Als er iets is dat ik in die negen maanden beseft heb is dat ik het serieus getroffen heb. Nog maar eens mijn pollekes kussen daarvoor.

Nog vier weken, nog maar vier weekends alleen met twee.
Onwerkelijk bijna.

Waas

Een waas in mijn hoofd.

Als je alle verhalen er eens op naleest dan kan dat wel kloppen. Naar het einde toe keer je meer en meer in jezelf. Onbewust sluit je je af, als een soort voorbereiding op wat komen zal.

En zo loop ik nu in mijn vijfendertigste week rond met een dof gevoel in mijn hoofd. Concentreren lukt me niet meer, logisch nadenken nog minder. Ik merk het ook aan de berichten die hier verschijnen. Zo anders dan ervoor, maar wel helemaal zoals ik nu ben. Chaotisch en een beetje in de war. Licht melancholisch en weemoedig, niet wetend wat er in mijn schoot geworpen zal worden.

Binnen een paar uurtjes gaat er een week vol rust van start. Tijd genoeg dus om in een waas door te brengen.

Tenzij die nestdrang me ineens besluipt.

Geruststelling

Vannacht sliep ik nog eens als een roosje. Dat was al een eeuwigheid geleden. Uren lag ik ‘s nachts al wakker. Elke mogelijke vraag flitste dan door mijn gedachten. Zal de baby op tijd draaien? Nemen we het risico door te proberen manueel te laten draaien? Zal alles in orde zijn? Is alles nù wel in orde? Wat zou ik doen mocht ik ineens naar het ziekenhuis moeten wanneer dat rustig slapend mannetje hier naast mij aan de andere kant van de wereld zit? Wat moet ik nog allemaal in huis halen? Gedachten die mijn hoofd wel eens gek durfden te maken, zoals je onwaarschijnlijk al merkte. Hersenen gedrenkt in een hormonensausje, het kan niet anders.

En toen kwam er gisteren wat geruststelling. De baby gaf het op een stuitje te zijn en besloot het me dan ineens maar helemaal gemakkelijk te maken door zelfs al wat in te dalen. Nu al, waardoor de kans op een nieuwe wenteling veel kleiner wordt. Die nieuwe positie zorgt er dan ook weer voor dat er hier ten huize beslist werd om de andere kant van de wereld maar te laten voor wat het daar is. In plaats daarvan bouwt hij aan onze eigen wereld, een veel nobeler doel.

Ik word helemaal week als ik hem bezig zie. De zorg en liefde die hij nu al uitstraalt terwijl hij zijn uiterste best doet alles piekfijn in orde te hebben voor de baby. Meer kan ik niet wensen. Een betere man aan mijn zijde kon ik me trouwens ook niet inbeelden. Om een tastbare herinnering te hebben aan deze periode vroeg ik een van mijn goede vriendinnen of ze foto’s wilde nemen. En wat voor foto’s werden het. Ook al voel ik me alles behalve mooi, ik vind ze zó mooi. Zeker die waarbij ze erin slaagde ons allebei voor de lens te krijgen. Op amper twee minuten tijd maakte ze een foto die ik voor altijd zal koesteren. Klein talentje.

Hoe hard ik ook al gevloekt heb tijdens heel deze periode, ik begin ze steeds meer te appreciëren. Het voelt bovendien als een heus leerproces, zowel indiviueel als samen. Eentje waar we alleen maar sterker kunnen uitkomen. Maar zo positief ineens hoor ik je denken? Wat een nachtje slaap inderdaad allemaal niet kan doen.

Donor

Iets wat ik maar niet kan begrijpen, naast het feit dat ik geen navelstrengbloed kan/mag doneren bij de geboorte, is hoe het komt dat niet iedereen standaard stamceldonor is. Wat een kleine moeite om iemands toekomst te veranderen van uitzichtloos naar hoopvol. Ik ben het al even, hevig aangemoedigd door een vriend wiens verjaardagsfeest ik voor het tweede jaar op rij bijwoonde zonder dat hij er zelf bij kon zijn. Hij vond wel een donor, maar zijn lijf had toen al veel te erg afgezien.

Je kandidaat stellen heeft zo weinig om het lijf als even bloed te laten prikken bij de dokter. Hier vind je alle informatie over hoe en waar je een afspraak kan maken, bang hoef je er alleszins niet van te zijn.

Je weet immers nooit wanneer je zelf zo’n reddende engel zal kunnen gebruiken.

Wasrek

Dat ik me al een hele week schuldig voel over mijn laatste post. Ook dat zegt genoeg over alle emoties die door mijn lijf gieren denk ik. Boven alles voel ik me bang, het slaat me soms zelfs om het hart. Je kent dat wel, net op het moment dat je in bed gaat liggen en de wereld nog even aan je voorbijraast.  Maar ik zoek geen excuses meer. Geen reden ook: mijn lijf is moe, ik heb elke dag pijn en krijg steeds meer ademnood. En dat wil ik verwoorden. Ik heb het nu eenmaal altijd gemakkelijker gevonden om frustraties te uiten dan geluk. Geluk is zo broos, zo vluchtig dat ik bang ben dat ik het kapot maak wanneer ik ook maar probeer er woorden voor te zoeken.

Dit neemt niet weg dat ik het ben. Gelukkig. Ik voel me gelukkiger dan ooit. Met de grootste glimlach hing ik mijn wasrek gisteren vol kleine kleertjes. Dat ik ze kon kopen met een korting van tachtig procent maakte die glimlach alleen nog groter. Sokjes, broekjes, mutsjes… hoe klein! Het heeft weinig gescheeld of ik stond daar met een kletsnat jasje te knuffelen. Al een geluk dat de buren me niet konden zien.

Nog maar zeven weken – theoretisch gezien dan – en er ligt een baby in onze armen. Een klein mensje dat onze wereld helemaal op zijn kop zal zetten. Nog heel even genieten dus van ons onderonsje, dat met de dag krapper en intenser wordt.

Bewolkt zonder zon

Kraakverse lakens op mijn blote benen, alleen maar stilte die mijn geest sust en frisse lucht die mijn longen vult.

Vandaag was geen goede dag. Een dag die verliep zoals het weer. Volgepakt met donkere wolken en verscholen zonneschijn.

Eén dag gun ik mezelf om me even te laten gaan. Eén slechte dag om daarna terug recht te staan, mijn schouders af te borstelen en vooruit te gaan zoals ik zo goed bezig was. Eén dag om alle sombere gedachten die vandaag passeerden verticaal te klasseren in de achterste regionen van mijn brein. Gedachten die nog triester maakten dan mijn melancholische ziel het nu al toelaat. Aan afstand, onverschilligheid en gesloten cocons.

Zoals ik al zei, zondagen zijn niet mijn beste dagen.
Vlug verdwijnen in de stilte en een boek.

Morgen is er een nieuwe dag: een nieuwe weersvoorspelling, een nieuwe kans.

Hartendief

Dat je mijn hand soms lijkt vast te nemen. In het donker liggen we dan s’ nachts dicht tegen elkaar aan. Jij opgekruld tegen mijn hand, ik in een bolletje om je zo goed mogelijk te kunnen voelen. Je lijkt je er wel tegen me aan te nestelen. Me een knuffel te geven van binnenuit en dan soms, heel soms, voel ik tussen alle kopjes en schopjes een streling tegen mijn hand. Alsof je lijkt te zeggen dat het allemaal wel goed is zo mama, stop maar met nadenken.

Mama.

Straks heb ik niet enkel een mama, maar ben ik er zelf ook een.
Ik zal mijn hart al maar wat stretchen, want dat zal het nogal te verduren krijgen. Kleine hartendief.

Begrip

31 weken. Als je goed luisterde, hoorde je daar een zucht van verlichting op volgen. Ik voel me terug goed. De pijn in mijn bekken en alle andere kwaaltjes zijn nog steeds aanwezig, maar ik kan opnieuw ademen. Frisse lucht, ik had er nog nooit zoveel nood aan. Ik steek mijn momzilla-vlaag volledig op het veel te warme weer in combinatie met een hormonenopstoot. Net zoals een baby maakt een zwangere vrouw volgens mij ook sprongetjes mee. Kan ook niet anders met al die lichamelijke veranderingen. Twintig weken was de plop van mijn buik, dertig de plop van mijn hormonen. Op veertig mag de baby zelf ploppen. Heerlijk hoe consequent die nu al is.

Wat onder andere meedroeg tot dit kleine zonnetje op mijn gezicht was de eerste pré-natale les die we vorige week volgden. Na lang twijfelen heb ik ons toch maar ingeschreven en ik heb er geen spijt van. Ook geheel vrijwillig bijgewoond door de grote liefde van mijn leven. Het is natuurlijk een kwestie van filteren wat voor jou nuttig is maar het doet ons allebei. Ik voel me begrepen en rustiger, hij voelt zich denk ik meer betrokken dan ooit.

Onlangs vroeg iemand op Twitter wat een aankomende moeder nu écht nodig heeft. Begrip was het eerste en belangrijkste dat in me opkwam. Externe factoren kunnen je namelijk in een oogwenk een schuldgevoel bezorgen. En dan nog het liefst over zaken waar niemand zich mee te moeien heeft. Je zou moeten blij zijn. Je zou moeten stralen, maar je ziet er zo slecht uit.. Je gaat die baby toch nog niet aan drie maanden in een crèche steken? Je gaat toch borstvoeding geven? Je zou dit, je moet dat, je kan toch niet…

Dus laat ik het je voor eens en voor altijd zeggen: je moet niks. Het is ok om te vloeken, om te huilen of om te zuchten op die steeds ronder wordende buik. Het is ok om te wensen dat dat tonnetje even zou verdwijnen zodat je opnieuw kan slapen. Of je schoenen kan knopen. Of terug in je lievelingskleren past. Het is ok om die schoppen niet altijd met even veel plezier te incasseren. Het is ok om bovenaan een trap buiten adem te denken dat het vroeger toch allemaal gemakkelijker was. Het is ok om niet zeker te zijn of die keuze die je net maakte nu wel de beste keuze was voor je kindje, iedereen doet maar wat en gaandeweg zie je dat wel. Je mag je slecht voelen, je mag zagen en je mag klagen.

Want zowel jij als ik weten dat dit alles niks afdoet van de liefde die je voelt voor die kleine baby en we weten ook dat je het allemaal met een (al dan niet verborgen) glimlach over hebt voor zijn of haar welzijn. Al die gevoelens die erbij komen kijken maken je alleen maar menselijk.

Geen enkele reden om dat menselijk kantje te verstoppen dus want als dat niet het beste soort moeder is, dan weet ik het ook niet meer.

Jij daar

Meer dan eens ga ik door een identiteitscrisis. Wie ben ik nu? Wie wil ik zijn? Wat wil ik in mijn leven? Vragen waar nooit een pasklaar antwoord voor bestaat en die wel even blijven hangen. Nu worden die vragen nog een trapje hoger getild door al die hormonen en veranderen ze in varianten als daar zijn wie wordt mijn kind en wat voor mama zal ik zijn. Vragen die je waarschijnlijk niet geheel onbekend in de oren klinken.

Wat mijn blog betreft is het trouwens niks anders. Zo nu en dan plaats ik eens een groot vraagteken bij alles. Waarom stort ik mijn ziel uit op een witte pagina? Zou ik er beter niet gewoon mee stoppen? Maar telkens kom ik tot het besluit dat wat jaren geleden begon als een onschuldig tijdverdrijf nu uitgedraaid is tot een van mijn kostbaarste bezittingen. Een plek waar ik mijn hart kan luchten en verlost raak van de honderd kilo zware gedachten die soms op mijn schouders rusten. Ik kan er ongezouten schrijven en denken wat ik wil, zonder daarvoor afgestraft of nagekeken te worden. Of zo voelt het althans, alsof ik schrijf in het ijle. Een beetje zoals roepen in een verlaten bos.

Daarom voelt het best vreemd wanneer er mensen zijn die reacties nalaten waaruit blijkt dat ze effectief gelezen hebben wat ik schreef. Dat ze een deeltje van hun kostbare tijd aan mij hebben besteed. Dat die gekke kronkels in mijn hoofd weldegelijk op iets sloegen en dat er mensen zijn die ze herkennen en begrijpen. Zo vreemd maar ook oh zo hartverwarmend. Mijn lief heeft me zelfs al eens in een vlaag van complete zinsverbijstering – van zijn kant natuurlijk, ik was zo rationeel as ever – attent gemaakt op het feit dat ik liever naar de mening van onbekenden luister dan naar de zijne. Niet volledig waar, maar toch is het niet te verklaren hoeveel steun ik put uit mensen die ik nog nooit ontmoet heb. Alsof hun woorden een verlengde van mijn eigen gedachten zijn en me een spiegel voorhouden. Woorden die ik nodig heb om mijn eigen woorden het zwijgen op te leggen.

Dus jij daar die zo lief bent om hier te reageren en me soms zelfs te mailen, je zou eens moeten weten hoeveel deugd dat doet.

Memeetje

Een week waarin ik meer huilde dan in mijn volledige zwangerschap tot nu toe. Een week die ik zo vervloekt en gehaat heb. Een week die een test bleek, niet enkel voor mijzelf, maar ook voor iedereen rond mij.

Die vergeten we door ze te laten volgen door een verpletterend weekend. Eentje waarin je een hele dag buiten kan tafelen en verhalen delen met vrienden. En waarin je dan als kers op de taart je grootmoeder extatisch gelukkig maakt door met haar te gaan eten. We konden haar geen mooier cadeau geven zei ze dan eens op restaurant te gaan met haar twee kleindochters.

Mooier wordt het bijna niet.